LEMMER – “Je moet over je eigen gezondheid waken, maar uiteindelijk is het de natuur die haar werk doet; de arts stuurt alleen een beetje bij. Een medicijn moet je daarbij zien als een nuttig hulpmiddel; het gebruik ervan moet je steeds kritisch blijven bekijken.” Dit zegt scheidend huisarts Evert-Jan Breet. Een interview over zijn carrière, zijn inzichten en de levensvisie van wat hij zelf noemt “een gewone jongen”.
Na 33 jaar het stokje overdragen
Huisarts Evert-Jan Breet stond woensdagochtend verrast te kijken toen er opeens een levensgrote pop voor de huisartsenpraktijk LemmerRijn stond. Met de plastic verschijning, maar ook met talloze grappige briefjes, ballonnen en andere opschriften werd wel heel duidelijk gemaakt dat zijn pensionering aanstaande is. Na 33 jaar draagt hij het stokje op 1 april over aan een nieuwe maatschap van Lemster huisartsen. De scheidend huisarts zal overigens tot deze zomer nog vaak op de praktijk aanwezig zijn om zaken af te ronden en andere artsen te vervangen tijdens hun vakantie.
Lemster McDreamy
Op woensdagochtend zit hij omringd door al die versierselen samen met de assistentes koffie te drinken en reageert verrast dat zij ook nog een interview hebben geregeld. Toch stemt hij meteen in. “Ook al omdat de journalistiek onder druk staat.” Er wordt gelachen door de assistentes als even geopperd wordt dat het verhaal van de Lemster McDreamy bij zijn afscheid toch wel moet worden opgetekend. De vraagtekens in zijn ogen en stem verraden dat hij geen benul heeft van wie McDreamy was of waarom hem die naam was toegedicht.

Leuke oude tijd
In 1988 kwam een jonge Breet als arts in opleiding bij Dokter de Vries te werken. Hij nam tevens in een periode van 4 jaar waar voor de andere artsen die Lemsterland rijk was: Weber, Pijlman en Broekens. En deed alles, net zoals alle andere artsen dat ook deden. Nachtdiensten draaien en zo door naar dagdiensten, bevallingen (“Mooi als het goed ging, maar ook spannend”), huisbezoeken, zelfs de telefoon opnemen. Hij noemt het een leuke oude tijd. Maar soms ook een zware tijd, want 24/7 in touw zijn, vergt soms ook zijn tol.
Eigen praktijk
Na 4 jaar richtte hij zelf een praktijk op. Eerst als solo-arts, na 1995 in een huisartsenmaatschap op een nieuwe plek. Een praktijk die de naam ook kreeg van die plek namelijk LemmerRijn. Door de jaren heen werkte hij daar met veel collega’s samen. Maar ook met de patiënten bouwde hij een goede band op, “Als je jaren ergens zit, wordt het gewoon persoonlijker. Dat vind ik ook een goede zaak: als je elkaar langer kent weet je wat je aan elkaar hebt. Je leert mensen beter kennen, het algehele beeld wordt daardoor ook duidelijker. Qua ziektegeschiedenis van de persoon in kwestie, maar ook van wat er verder speelt. Daar kun je echt je voordeel mee doen.” Dat contact en het gekend worden, vindt hij dan ook de grote kracht van de huisartsenij.
Genoeg medische voorzieningen in de buurt
Dat hij in het toch betrekkelijk kleine Lemmer terechtkwam, heeft hij als prettig ervaren. “Ik ben zelf opgegroeid in Zuid-Afrika in de stad Johannesburg. Maar het mooie dorpse van Lemmer heb ik als prettig ervaren. De contacten verliepen soepel en je leert mensen ook wat sneller kennen. Voor de kinderen was het bovendien een prima omgeving om op te groeien en we wonen heel prettig. Daarnaast zijn er genoeg medische voorzieningen in de buurt. Als huisarts is het fijn als je mensen kunt doorverwijzen naar ziekenhuizen in de buurt. De contacten met die ziekenhuizen waren bovendien ook erg goed. Als arts vind ik dat erg belangrijk.”

De bezorgdheid om iets te missen
Wat mensen soms aan ellende meemaken, vindt en vond hij altijd confronterend. “Het enige wat je als huisarts dan kunt doen is je steentje bijdragen om het wat draaglijker te maken. Daarnaast moet je als huisarts steeds alert blijven. Veel artsen zullen dat herkennen, de bezorgdheid om iets te missen of niet goed in te schatten. Goed kijken en luisteren dus en soms afgaan op je intuïtie. De man die nooit op het spreekuur komt maar nu wel, “die heeft wat”. De patiënt die altijd met ‘niks’ komt, zou nu wel eens iets serieus kunnen hebben of legt onverwachts een stukje van haar ziel bloot. Goede communicatie is dus essentieel.’
Soort rechercheur
Door die houding voelt hij zich ook wel vaak als een soort rechercheur. Altijd speurend naar wat er echt achter een klacht zit of kan zitten. Maar ook hoe die klacht eruitziet. “Je verplaatsen in de patiënt is zo belangrijk. Wat bedoelt diegene met een bepaalde klacht. Heb ik echt een goed beeld? Met taal drukt iemand zo’n klacht uit, maar snap ik dat? Weet ik wat hij of zij bedoelt? Een heel spannend traject vind ik. Maar wel heel belangrijk.”
Hoe zou ik het zelf willen als ik patiënt was?
Overleg vindt hij daarnaast van het grootste belang. Voor mensen die op het einde van hun leven zijn gekomen bijvoorbeeld is het belangrijk om te kijken wat diegene wil. “Dan gaan we samen uitvogelen wat voor hem of haar acceptabel is. Wat zijn of haar verwachting is. Die begeleiding vind ik ook een kern van ons vak: Wat zou je willen en wat vind je beter om niet te doen. En ook bedenken hoe ik het zelf, als ik de patiënt was, zou willen.” Maar ook transparant zijn vindt hij van het grootste belang. Over een ziektebeeld, hoe het leven er met dat beeld uitziet, levensverwachtingen, maar ook kwaliteit van leven.
Het ‘vertalen” van bevindingen van de specialist naar de patiënt
Dat gezegd hebben vindt hij ook heel nadrukkelijk dat huisarts zijn geen echt technisch vak is. “Je moet van het sociale aspect houden. Feeling hebben met mensen. Het leuk vinden om gesprekken te voeren. Ik hoop ook altijd dat iemand geholpen is met een goed gesprek en met een goed gevoel de deur weer uitgaat.” Hij voegt daar aan toe:”Een belangrijke taak als huisarts vond ik ook het “vertalen” van de bevindingen van de specialist in het ziekenhuis naar de patiënt; mensen willen het graag nog eens van een ander horen.”
Levensovertuiging
Inmiddels tikt de jonge huisarts van toen nu 69 lentes af. Dat betekent dat hij al 2 jaar met pensioen had kunnen zijn. Dat wilde hij echter niet. “Nee, dat vond ik te jong. Op die leeftijd vond ik nog niet dat ik me voldoende nuttig had gemaakt. Nu is dat idee er wel.” Dat, maar ook het gevoel dat je goed voor je lijf en leden moet zorgen en alles met mate doet, komt voort uit zijn toch redelijk streng christelijke opvoeding vermoedt hij. “Wij zijn zevendedagsadventisten en zijn naast dat we geloven ook opgevoed met de overtuiging dat je niet rookt, drinkt, drugs gebruikt, gokt en overmatig eet.” Die opvatting is hij steeds meer gaan waarderen, ook omdat hij in de praktijk toch wel heel veel mensen ziet worstelen met veel van dat soort zaken. In de levensovertuiging die zijn ouders hem bijbrachten hoort betekenisvol zijn voor de medemens overigens niet minder thuis.
“Iedereen moet mee kunnen doen in deze maatschappij”
In dat kader heeft hij ook een aantal goede doelen op zijn afscheidsuitnodiging gezet. In het geval dat mensen toch iets willen geven. “Zaken die met de natuur te maken hebben, maar ook met vrije journalistiek draag ik een warm hart toe. Maar ook het armoedefonds. Ik vind dat er te veel mensen zijn die het hoofd amper boven water kunnen houden. Waardoor kinderen bijvoorbeeld niet mee kunnen op schoolreis. Dat vind ik niet kunnen. Iedereen zou mee moeten kunnen doen in deze maatschappij. ” Hij voegt eraan toe dat het er misschien ook mee te maken dat hij zelf ook uit een gezin komt waar ze het niet breed hadden. “Ik weet dus wel hoe dat is.”
“Een goede groep meiden”
Op 1 april draagt Breet het stokje over aan een groep – louter vrouwelijke – huisartsen. Een groep “goede meiden” zegt hij waar hij trots op is. “Ik ben er ook blij mee dat het zo goed geregeld is en heb er alle vertrouwen in. Ze zijn stuk voor stuk betrokken en het betekent dat onze patiënten verzekerd zijn van continuïteit.”
Maar hij heeft ook alleen maar lof voor de groep assistentes die hem al tientallen jaren bijstaan. “Ik heb het al die jaren samen met hen gedaan en zonder gaat ook absoluut niet.” Deze dames die alle verrassingen van de dag inclusief het interview hebben gepland, lachen als hij zegt:” Ik ben ook wel wat verstrooid. Dan denk ik dat ik vrij bent en dan bellen ze om kwart over 8 waar ik blijf.”
Vrije tijd: ze mogen me vragen bomen en heggen te planten of wilgen te knotten
Hoewel hij de komende maanden nog wel gedeeltelijk actief blijft in de praktijk en op de Dokterswacht, breekt er nu ook een periode van steeds meer vrije tijd aan. Die zal eerst voor een deel gevuld zijn met opruimen. Thuis, maar ook op de praktijk. ”Ik ben verder erg geïnteresseerd in geschiedenis, monumentenzorg, landschappen en natuurbehoud. Tuinieren is een liefhebberij van mij. Ik lees veel, vooral non-fictie en verhalende geschiedenis. Misschien een studie oppakken, Hebreeuws leren. Veel viool spelen (ik speel in een paar ensembles. Creativiteit is de panacee voor alle kwalen, zegt men). Af en toe een reisje naar de familie in Afrika. Vrijwilligerswerk doen; ze mogen me vragen bomen en heggen te planten of wilgen te knotten. Vroeger wilde ik tenslotte wel boswachter worden…..”
“Ik ben ook maar een gewone jongen”
Terugkijkend op de 33 jaar die achter hem liggen als huisarts kan hij niet anders dan concluderen dat het een goede periode was. “Maar verder… Iedereen heeft zijn beroep. Ik ben ook maar een gewone jongen en heb het met plezier gedaan.”




















